Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

Besluiten College van B&W

dinsdag 22 september 2020

12:00 - 17:00

Agendapunten

  1. -

    De inburgering van nieuwkomers in Nederland dient eraan bij te dragen dat zij zo snel mogelijk meedoen in Nederland, het liefst via betaald werk. In het huidige inburgeringsstelsel is dit onvoldoende het geval. In de nieuwe wet die ingaat op 1 juli 2021 staat inburgering van alle inburgeringsplichtigen ten dienste van het zo snel mogelijk integreren en participeren. Bij de nieuwe Wet inburgering wordt de overheidsverantwoordelijkheid voor inburgering uitgebreid en gedecentraliseerd. In het huidige stelsel liggen veel verantwoordelijkheden, zoals het vinden van een inburgeringscursus, bij inburgeraars zelf. In het nieuwe stelsel zal het overgrote deel van de verantwoordelijkheden aan de gemeenten worden toebedeeld.
    In het portefeuillehoudersoverleg Arbeidsmarkt op 30 september 2020 wordt het voorstel behandeld over de keuze tot het aanbesteden of het subsidiëren van de onderwijsroute en B1-route, de kosten en voorwaarden van Enschede om op verzoek van de Twentse gemeenten de voorbereiding als aanbestedende dienst op te treden namens de Twentse gemeenten en als laatste om de Z-route op subregionaal of (boven)lokaal niveau te organiseren. Dit vraagt een besluit van het College van B&

  2. -

    De Algemene Ledenvergadering (ALV) van de VNG wordt gewoontegetrouw gehouden in juni als onderdeel van het jaarlijkse VNG-congres. Het VNG-congres en daarmee de ALV zijn echter niet doorgegaan. In plaats daarvan heeft de VNG voor enkele onuitstelbare onderwerpen een ledenraadpleging gehouden. Het bestuur heeft nu besloten tot het houden van digitale ledenvergadering op 25 september 2020, waarbij de uitkomsten van de ledenraadpleging in juni formeel worden bekrachtigd. Het standpunt over deze onderwerpen en enkele formele onderdelen wordt door het college vastgesteld en meegegeven aan de aangewezen gemeentelijk vertegenwoordiger.

  3. -

    Meneer Van Dijk (D66) heeft schriftelijke vragen gesteld over de verminderde drinkwaterbeschikbaarheid en andere gevolgen van droogte. Deze vragen zijn puntsgewijs door het college van B&W beantwoord.

  4. -

    Op & juli 2020 heeft het College van de gemeente Haaksbergen besloten om verdere gesprekken met de gemeente Hengelo te voeren over samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering. Er is overleg geweest met vertegenwoordiging van de gemeenten Hengelo en Enschede waarna de gemeente Haaksbergen besloten heeft. Over dit besluit is een brief gestuurd aan de gemeente Enschede.

  5. -

    Bij bepaalde risicovolle of complexe bouw- of sloopprojecten wordt door de gemeente om een veiligheidsplan (VP) gevraagd, op basis van een (persoonlijke) inschatting van de risico’s. Het gaat hierbij niet om de veiligheid op het bouwterrein zelf, maar om de veiligheid voor de (directe) omgeving, omwonenden en passanten.
    Op basis van de Landelijke Richtlijn Bouw- en Sloopveiligheid (LRBSV) is een lokale beleidslijn ontwikkeld met daaraan gekoppeld een – zo objectief mogelijk – toetsingskader aan de hand waarvan kan worden bepaald in welke gevallen een veiligheidsplan (VP) moet worden gevraagd voor bouw- en sloopprojecten. Hiermee wordt aanhgesloten bij die richtlijn.
    Het werken met een toetsingskader en de daarbij behorende risicomatrix - ook aan de voorkant beschikbaar voor opdrachtgevers als projectontwikkelaars, aannemers en sloopbedrijven - maakt het eenvoudiger en inzichtelijker om te beoordelen of een veiligheidsplan voor het betreffende project noodzakelijk is. In een bijgevoegde notitie Implementatie Landelijke Richtlijn wordt ingegaan op de wijze waarop dit ingericht in het proces van vergunningverlening.
    Overigens bevat ook het Bouwbesluit sinds 1 juli 2020 de (ook) in de LRBSV opgenomen veiligheidsafstanden en het vereiste van een coördinator omgevingsveiligheid van de opdrachtgever.

  6. -

    In het afgelopen jaar is er intensief gewerkt aan het formuleren van een nieuw kader voor het armoedebeleid. Gesprekken met partners en inwoners in de stad, bijeenkomsten en onderzoeken door Nibud en KWIZ hebben de basis gelegd voor deze kadernota Rondkomen met je inkomen. De nota is een product voor de stad, maar ook is deze kadernota het verhaal van de stad. Doordat het beleid is gemaakt voor, maar ook dóór de stad draagt dit bij aan de kwaliteit en het maatschappelijk draagvlak ervan. We hebben het over rondkomen met je inkomen in plaats van over armoede, omdat we willen voorkomen dat mensen denken dat er geen mogelijkheden zijn om te participeren of zich schamen. Bovendien gaat armoede niet alleen over de hoogte van het inkomen; ook iemand die goed verdient kan bijvoorbeeld schulden hebben.


    Met het armoedebeleid van de afgelopen jaren hebben we veel inwoners kunnen ondersteunen. Dat is bijvoorbeeld gebleken uit de onderzoeken van KWIZ en het Nibud. We kiezen er om die reden voor het goede beleid te behouden en op onderdelen te versterken. We hanteren daarbij het uitgangspunt om mensen te ondersteunen met meer aandacht voor hun persoonlijke situatie, in goed vertrouwen, en met een realistische kijk op de mate van zelfredzaamheid. Met de nota zetten we nog meer in op een integrale benadering: ook de thema’s inkomen en schulden maken, naast inkomensondersteuning, nu deel uit van deze nota. Deze 3 thema’s kunnen niet los van elkaar worden gezien.
    Verder starten we met nieuw beleid dat tegemoet komt aan de volgende uitgangspunten: rust en financiële ruimte creëren, het toekomstperspectief van kinderen vergroten, de toegang tot de ondersteuning verbeteren, samenwerking met maatschappelijke partners, bereik en preventie. Daar is nog meer winst te behalen. Dat is des te meer van belang in een tijd waarin veel wordt gevraagd van de veerkracht van de stad. Dit beleid ondersteunt die veerkracht en voorkomt dat er (verdere) tweedeling ontstaat.

  7. -

    In 2019 is de overlast van de eikenprocessierups landelijk, de regio en in onze stad explosief toegenomen. De overlast was niet acceptabel. Daarom is in 2020 een andere weg ingeslagen. We hebben kennis opgehaald en gedeeld in onder andere de landelijke Stuurgroep Eikenprocessierups. Op basis daarvan hebben we onze aanpak 2020 bepaald. Deze aanpak heeft effect gehad op zowel de overlastervaring (minder klachten en geen schadeclaims) als op het aantal meldingen. In 2019 werden in totaal zo’n 4.600 meldingen gedaan. In 2020 waren dat 1.990. Een melding kan zowel een vraag over de bestrijding zijn als de melding van een overlastgevend nest. Het succes van de aanpak komt onder andere door de innovatieve bestrijdingskaart. Daarin staat per gebied of en met welke middelen we de rups preventief konden bestrijden. Uiteraard met respect voor mens, dier en milieu. Op de aangegeven plekken is vervolgens op 10 april gestart met de bestrijding. Ook de vroege en actieve communicatie over en tijdens de bestrijding was succesvol. Dit heeft zelfs geleid tot een nominatie voor de Galjaardprijs 2020. Naast alle successen is er nog genoeg te leren en te verbeteren. We zagen ook nog plekken waar bewoners toch nog ernstige overlast hebben ervaren. Deze inzichten vragen verdere verfijning in de aanpak. Zo moet de bestrijdingskaart verfijnd worden en kijken we opnieuw naar eikenbomen die moeilijk te bereiken waren met ons materieel. Ook het herstellen van het natuurlijk evenwicht op de lange termijn verdient aandacht. In gesprekken met inwoners, partners en andere betrokkenen scherpen we de leerpunten nog aan. Dit alles verwerken we in de aanpak voor 2021 en 2022, waar al hard aan wordt gewerkt.

  8. -

    Naar aanleiding van de meest recente regionale afspraken rondom het programmeren van bedrijventerreinen in Twente heeft de gemeenteraad van Enschede in 2019 besloten om het grootste deel van het bedrijventerrein op de Usseler Es niet meer als bedrijventerrein in ontwikkeling te nemen en te deprogrammeren. Bij deprogrammering van bedrijventerreinen krijgen de gronden een andere, aangepaste bestemming en vindt financieel een afboeking plaats die overeenkomt met de boekwaarde van de gronden. De Oostkrans wordt overigens nog wel als bedrijventerrein ontwikkeld en maakt van deze deprogrammering geen deel uit. De bedrijfsbestemmingen voor de ‘bolling’ en de ‘westkrans’ komen echter te vervallen en krijgen deze gronden grotendeels agrarische- en natuurlijke bestemmingen. De hiervoor onder 2. genoemde besluiten die nodig zijn om de deprogrammering voor het grootste gedeelte van de Usseler Es planologisch mogelijk te maken, worden nu als ontwerp ter visie gelegd.